New ZealandTravelblog

#12 Tijd vliegt, dode vogels niet

By 17 juni 2008 No Comments

Kennen jullie het verschijnsel van een vallende sneeuwbal op de top van een berg, het rolt naar beneden en tegelijkertijd begint steeds meer sneeuw zich aan de bal te plakken en onderaan de berg komt er een lawine aan sneeuw aan. Dat is ongeveer de situatie waar ik in zit met mijn blog. Elke dag gebeurd er wel iets, misschien niet altijd waardig om over te schrijven maar toch wat. De hoeveelheid gebeurtenissen hopen zich op dag na dag en des te langer je wacht met schrijven des te meer het wordt en bijna onmogelijk om erover te schrijven ook. Het enige wat ik kan doen is wat sneeuwvlokken eruit halen en m’n vergrootglas erop richten.

HUMPRHEY DE VERSLETEN DRAAK
De pedalen kraakten, de regen sloeg in m’n gezicht, mijn hersens dachten “ik haat fietsen”, het was een normale dag in April. Ik was niet meer blij met m’n fiets en was toe aan een andere vorm van transport. Een die me ook nog eens ergens anders brengen kon dan de lokale supermarkt.
Het werd tijd te zoeken naar een auto. Nou zijn auto’s in Nieuw Zeeland niet zo duur als in Nederland, maar een goede tweede hands auto was toch vaak nog wel boven mijn budget. Ik speurde trademe.co.nz af, mijn ogen gleden over de Toyota’s, Holden’s en BMW’s maar allemaal toch wel buiten mijn prijsbereik. Het goedkoopste wat ik kon vinden was het chassis van een Toyota Starlet voor $600, maar zonder motor en wielen kom je niet bepaald ver. Ik had het dan ook al bijna opgegeven toen mijn huisgenote een auto voor $550 vond.
Via SMS had ik met de autoverkoper afgesproken op de parkeerplaats van de Gondola’s. Het was donker, koud en stil. Met een dikke trui en fleece jas aan stond ik buiten te wachten, wolkjes adem kwamen uit m’n mond. Mijn huisgenote kwam ook kijken omdat zij de auto wellicht van me over wou kopen als ik weer terug ging.
De auto stopte, een donkere gedaante stapte eruit. Een moment was ik niet zo zeker meer of ik wel een auto wilde. We liepen op de gedaante af en tot mijn verbazing bleek het een redelijk jonge vrouw te zijn. Om een of andere reden heb je dan al meteen minder het gevoel dat je belazerd gaat worden. Na wat gepraat te hebben met haar begon ik de auto wat aandachtiger te bekijken. Het was geen auto die schoonheidsprijzen zou winnen: zuurstof en water hadden zich tegoed gedaan aan delen van de deur en half levende roestplekken waren ontstaan. De speakers waren heel speciaal, zei ze. Ze loog niet want die lagen los in de achterbak. Ik kon er in ieder geval zeker van zijn dat er niet kort geleden gevreeën was op de achterbank, want het stel had zich ongetwijfeld opengehaald aan de hoop glas dat erover verspreid lag. Dit was het resultaat van een inbraak, zo zei ze. Verder prijkten op twee hoezen van de voorste twee stoelen twee versleten rode Japanse draken.
Hoe ook de staat van de auto mocht lijken, hij reed prima en ik kreeg er nog een W.O.F. (warrant of fitness) bij ook. Voor de keuring van de W.O.F. kwam er nog wel $70 bij, maar dat vond ik niet erg. En zo na enige twijfels in mijn hoofd te hebben doorgestreept schudde wij de handen en zo kwam het dat ik de 11e eigenaar werd van deze witte auto, de Nissan Sentra, Humphrey de versleten draak.

DODE VOGELS ZINGEN NIET
Humprhey (Hum voor vrienden) bracht mij nieuwe mogelijkheden, omdat ik nu verder weg kon dan 20 km. van huis. Een bevrijdend gevoel; ik had nu alleen nog plekken nodig om naartoe te gaan. Na wat gespeurd te hebben op de kaart had ik besloten het noorden te plezieren met een bezoek van mij. ’s Ochtends ging het alarm van mijn telefoon af, de zon sheen door de gordijnen naar binnen, het zou een mooie dag gaan worden. Enthusiast sprong ik uit bed en ging mijn kamer uit. Een ogenblik keek ik de gang in, wachtend op een rennend dier dat miauwend op me af zou komen. Het bleef opvallend stil. “Mooi” dacht ik, kan ik zometeen ook normaal ontbijten. Ik douchte me. Kleedde me aan. Pakte m’n rugzak met benodigdheden en vetrok naar de keuken. Zoals elke ochtend pakte ik een kom, drie “koeken” Weetbix , een lading suiker, wat melk in de magnetron, melk over de Weetbix en voila, mijn ontbijt. Weetbix gaat in Nederland schuil onder de naam Brinta. De voordelen van Weetbix zijn duidelijk, het is voedzaam en vooral goedkoop. Al zijn er tig ontbijt producten die de smaak van Weetbix in de schaduw doen verdwijnen, met een familie pak Weetbix van $3,50 doe ik twee maanden, terwijl ik met een pak Kellog’s super nutricious nutricioner voor extra hongerige koters een week doe en $6 kost. Je begrijpt dus wel wat ik kies, ik kies elke ochtend Weetbix! (*houdt pak Weetbix met naam richting publiek met stralende glimlach op het gezicht). P.S. Als de PR persoon van Weetbix dit leest, mijn giro rekening zal ik morgen mailen.(C)

Ik roerde zelfvoldaan door m’n kom bruine brij, liep de woonkamer in en plots zag ik vanuit een ooghoek iets vreemds. Ik richte mijn blik erop en meteen was mij een hele hoop duidelijk. In een reactie vloekte ik. De grond lag bezaait met veren en in het midden zat Max. Terwijl ik de kamer in liep hield hij zijn blik gericht op het diertje van wie de veren eens waren. Ik zette m’n kom neer en liep naar het vogeltje, het was klein en groen en had een witte ring om beide oogjes. Snel bewoog zijn borskast op en neer, het was nog niet dood. Max was kennelijk ook bewust van dit feit en was er nog lang niet klaar mee. Hij reageerd alsof ik er niet eens was, enkel starend op de vogel en plots een aanval makend. De vogel vloog weg en Max schoot erachteraan, de vogel kon nergens heen en vloog tegen een ruit terug op de grond. Max dook er bovenop, en zette zijn scherpe nagels in het lichaampje van de hulpeloze vogel. Aangezien er al genoeg veren lagen die ik moest gaan opzuigen en ik geen zin had om ook bloedvlekken uit het tapijt te moeten gaan halen besloot ik om Max en de vogel uit elkaar te halen. Dit was niet makkelijk want schreeuwen hielp niet, een tik uitdelen hielp ook niet en Max afleiden met een speeltje hielp al helemaal niet. Er zat maar een ding op, Max’ grootste angst: de stofzuiger.
Ik zie het voor me dat Max droomt over achterna te worden gezeten door stofzuigers, wat hij ook probeerd het harde geluid achtervolgt hem overal. Onder de katten wordt er verteld over stofzuigers die jonge katjes opzuigt en over katten die gingen wonen bij een schoonmaakster en nooit meer werden gezien.
Dit was dus wat ik deed; zodra ik de stofzuiger aazette was Max buiten en weg van de vogel. Ik pakte het diertje op, het leefde nogsteeds, en bracht het naar buiten. Ik legde het in een dichte struik waar Max niet makkelijk bij zou komen en ging weer naar binnen. Ik zoog de veren weg en toen, eindelijk, kon mijn trip naar het noorden beginnen.

Eerst ging ik naar Mount Maunganui, een berg die uit de zee rijst bij Tauranga. De weg naar Mt. Maunganui was ook erg mooi, met slingerende wegen en veel groen. Na anderhalf uur was ik aangekomen bij een strand voor de berg. Het is een prachtig gezicht, ik kan niet anders zeggen. (fotos: http://picasaweb.google.com/jasperstrik/Stage2008). Ik parkeerde de auto, en liep over het strand richting de berg. De boulevard was aan een kant beplant met de karakteristieke pijnboom die ze overal in het noordelijk gedeelte van het Noordelijk eiland hebben. Terwijl ik doorliep zag ik in het water van de zee iets drijven. Het was leek iets te zijn dat was aangespoeld en het was vrij groot. Toen ik het beter bekeek bleek het een dode blauwe penguin te zijn. Nou heb ik nog nooit penguins in het wild gezien, dus al was het een dode ik vond het best bijzonder. Ik bestudeerde het beest aandachtig, het had shitterende blauw/groene veren, blauw/witte ogen en grote ‘dikke’ zwart/grijze poten. Na wat “gewikipediaat” te hebben ben ik er inmiddels achter da het gaat om de kleine blauwe penguin, de kleine blauwe penguin komt voor rond de kusten van zuid Australie en heel Nieuw Zeeland en is de kleinste penguin soort die bestaat. Ik zie elke dag levende vogels, maar vreemd genoeg was het zien van een dode penguin zo bijzonder dat ik het toen al een geslaagde dag vond.
Verder op het strand vond ik nog twee dode meeuwen en zag ik in de verte nog een levende (witte) aalscholver (hier genaamd Shag).
Ik beklom de berg, genoot van het uizicht, zag nog een schaap en ging weer terug naar de auto. Terwijl ik verder reed klonk Bob Marley door de speakers. Met mijn enorm technische brein had ik het voor elkaar gekregen om zowel twee speakers als de autoradio te laten werken. De speakers uit de achterbak had ik opgegeven, die hadden waarschijnlijk het leven bij de 7e eigenaar al gegeven. Desondanks had ik nog twee andere speakers die het wel konden doen. Het had mij twee schakel stukken voor electriciteitsdraad en twee stukken electriciteitsdraad gekost om het voor elkaar te krijgen, het zag er ook was amateuristisch uit, maar het werkte en ik was trots zoals enkel mannen met amateuristische technishe prestaties kunnen zijn.
Humphrey en ik reden langs de mooie stranden, door Tauranga en omhoog de Coromandel in. Helaas ging het regenen. Met name “helaas” omdat er nog iets anders was aan Humphrey dat ik op het eerste gezicht niet had ontdekt en dat was een gebroken ruitenwisser. De ruitenwisser wiste de regen van het scherm zoals dat van een ruitenwisser verlangt wordt, maar tegelijkertijd had het besloten een deel van het metaal over de ruit te laten gaan en daarmee het altijd fijne geluid van nagels over een schoolbord te produceren. Een half uur lang werd het groene en adembenemende uitzicht, doorkliefd met de slingerende weg door de huevels vergezelt met “IEEEEEE” – “IEEEEEEE” – “IEEEEEEE” – “IEEEEEE” en een duet van mij en Bob Marley.
Uiteindelijk kwam ik aan in Whangamata, een kleine plaatsje populair bij families in de zomer. Daar heb ik even op het strand gelegen, al was het niet warm, het was wel relaxt.

Het begon alweer donker te worden en ik besloot terug te rijden nar Rotorua. Rijden in het donker in Nieuw Zeeland is .. ehm.. spannend. Dit om een aantal redenen, ten eerste het is totaal donker. Ten tweede om de tegenliggers en laat mij dit nader uitleggen. De wegen in Nieuw Zeeland zijn vaak niet plat, er gaat vrijwel altijd een heuvel omhoog of omlaag. Elke keer als ik een bestuurder tegenkwam op de tegengestelde richting schenen zijn lichten recht in mijn gezicht (ongeacht groot licht) en verblinden je een moment, dit was het spannende moment. Op dat moment namelijk weet je ven niet waar op de weg je bent en of je niet per ongeluk een bocht aan het missen bent en binnenkort gezellig in een brandend wrak onderaan een berg in as ligt te veranderen. Om te voorkomen dat dit gebeurde richte ik mijn blik links onder op de witte lijn van de weg, zodat ik in ieder geval kon zien of ik een bocht moest maken of niet, gelukkig werkte dit.

Author @jasper

More posts by @jasper

Leave a Reply