ChinaTravelblog

#4 Verhalen van de Oriënt, deel 2

By 9 oktober 2009 No Comments

Het was niet lang nadat onze bus ons door de eerste kilometers van het Chinese vaste land had gereden, dat mijn darmen hints begon te geven over een komende behoefte om het een en’t ander te lozen. De bus reed naar het vliegveld van Guangzhou, alwaar wij met vlucht LZ3505 richting Shanghai zouden vliegen (onze eerste echte stop). De steden in China lijken met een grotere opzet gebouwd te zijn. Grote brede hoofdstraten lijden je door de stad en alhoewel zelfs een redelijk nietszeggende stad als Zhuhai al 1.4 miljoen inwoners telt is er geen file te bekennen. De bus reed langs nieuw uit de grond gestampte flats en villa’s, de rijken hebben het goed, terwijl tegelijkertijd de agrarische bevolking het moet doen met bakstenen en houten hutjes tussen de gewassen. Na twee uur kwam Guangzhou (Kanton in het Nederlands) in zicht. Guangzhou is duidelijk een stapje groter en ook een tikkeltje chaotischer dan Zhuhai, wat niet zo vreemd is met een inwoner aantal van 7.7 miljoen. Maar weinig was er te zien, aangezien al snel de wit metalen rondingen van de moderne vliegtuigterminal opdoken.

De WC die ik bij Ka Man thuis gewend was is een schone witte toiletpot, niet anders dan ik thuis of bij anderen in Nederland aantref (mits in studentenhuizen). Hoe anders zouden de wc’s mij telkens in China begroeten. De terminal in Guangzhou was er een van veel licht, metaal, glas en marmer. Het blonk, blinkt en rook er naar bloesem. De meisjes lachten, de mannen zongen een lied, de zon ging nooit onder, alle vluchten gingen naar tropische oorden en niemand wilde vakantie… behalve de toilet schoonmaker, die was dat namelijk waarschijnlijk al vanaf de bouw. Een groter verschil tussen mooi en lelijk, dag en nacht kon er haast niet zijn dan tussen de terminal en de wc’s. Ik liep de wc in over een gore grijze mat (het veerde wat mee, want het was nat), opende het eerste hokje: een gapend gat met twee voetstukken ernaast verwelkomden mij, terwijl in het midden een drijvende drol ronddobberde. Ik probeerde een tweede hokje, hetzelfde, een derde, hetzelfde. In alle hokjes bleef bij de franse gaten. De komende maand moest ik heftig mijn beenspieren gaan trainen tijdens de betreffende actie. Daar hurkte je dan, je broekspijpen soppend in het vocht van een ander, zweetdruppels vormde zich al op je voorhoofd, terwijl je mikkend probeerde alles in het gat te krijgen. Stiekem bad je dat je niet je evenwicht zou verliezen en keihard in je eigen drol (of dat van een ander) de glijden, want je hand mij de grond houden voor evenwicht was al evenmin een hygiënische oplossing. JA! Het was gelukt! Alles was erin, je was niet omgevallen en je beenspieren trokken het nog net, je kijkt om je heen… geen wc papier.
Shit. Ja, je hebt nog tissues in je broekzak! Eh.. broekzak. Je wurmt je vingers tussen de strakgespannen flappen van de zak van je broek, maar het lukt niet omdat je hurkt. Na half staan en ingespannen de tissue eruit wurmen lukt het je eindelijk. Als je klaar bent en je wast je handen denk je dan: naar de wc gaan in China is best intensief.

De wc’s in China zijn berucht, gelukkig heb ik niet alleen slechte ervaringen. Vooral in de hostels waren de wc’s vaak okay. In Huangshan en Zhangjiajie echter (maar het was schoon, dat wel) waren de gatwc’s en de douches samen. Je stond dus met je benen wijd en het gat in het midden te douchen. Voor mensen die van Multi-tasking houden is dit echter de ideale oplossing.
In Beijing denken ze het antwoord te hebben bedacht op het toiletten probleem. Daar geven ze officiële sterren voor toiletten uit. Toiletjuffrouwen gebruiken al hun kunde en creativiteit om aan de nodige sterren te komen. “Wij gebruiken kruidenzeep” zegt er een, terwijl ze trots een blik op haar metalen viersterren certificaat aan haar toilet werpt. Toch had ze er graag vijf gehad en heeft ze er stiekem zelf een bij gekrast.

Het avontuur op het toilet in Guangzhou zou zich nog meerdere malen herhalen. Gelukkig was ons hostel in Shanghai weer voorzien van een blinkende porseleinen troon, waar je zonder afschuw je billen op kan rusten.